09-01-08

Rechtspraak (2)

Aangezien het neefje groter was dan de tante die hem vergezelde, worden de dames van de kassa vrijgesproken, op grond van “erreur de fait invincible”. De uitbater van de bioscoop wordt vrijgesproken, aangezien niet bewezen werd dat hij wettelijke voorschriften niet heeft nageleefd. Van de tante wordt vastgesteld dat zij geacht wordt niet alleen de wet te kennen, maar ook de leeftijd van haar neef. Echter, schrijft de rechter, “il serait invraisemblable voire ubuesque de sanctionner pénalement ledit comportement en ne tenant pas compte de l'évolution des moeurs et des techniques audiovisuelles dont le législateur ne semble pas vraiment s'être préoccupé ces derniers temps”. En nu de procureur eerder had beslist  om de vervolging toch door te zetten, lijkt opschorting van de uitspraak over de schuld van de tante de enige gepaste maatregel.

 

Rechter Papart moest dus een antwoord vinden op de vraag hoe om te gaan met achterhaalde wetgeving. Een wet verdwijnt immers niet vanzelf uit ouderdom. Het feit dat de overheid lange tijd niet gereageerd heeft op overtreding ervan, maakt haar daarmee nog niet minder verbindend. Een gepaste reactie van het Luikse parket zou geweest zijn te seponeren, en dus te gedogen. Bij handhaving van recht is het immers ook zaak te kijken of het opleggen van naleving wel proportioneel is met het doel van de regels. En daar kan je je vragen bij stellen in dit geval, als een jongen van bijna zestien geweerd wordt uit een kwaliteitsbioscoop op grond van een wet uit 1920, die de zedelijke bescherming van de jeugd beoogde, terwijl elke avond, nog vóór kinderbedtijd, op televisie de meest stompzinnige en ranzige troep te zien is.

Zo, lekker moralistische uitsmijter.

20:56 Gepost door durieux in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: gedogen, justitie |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.